Hoe 'Mister Mountainbike' Bart Brentjens in 1996 met hulp van Gert-Jan Theunisse de eerste olympische titel op een fiets met brede banden won

Nederland heeft maandag met Mathieu van der Poel een goede kans op de olympische titel bij het mountainbiken, maar een kwart eeuw geleden ging alle aandacht naar Bart Brentjens uit. In de nieuwe zomerserie van Andere Tijden Sport een terugblik op de gouden missie van de tienvoudig Nederlands kampioen, die tijdens de Spelen van Atlanta (1996) geschiedenis schreef.

Bart Brentjens met zijn gouden medaille uit 1996.

Bart Brentjens met zijn gouden medaille uit 1996.

Een recht stuur, brede buizen en dikke banden; eigenlijk lijkt de mountainbike die eind jaren tachtig vanuit de Verenigde Staten naar Europa overwaait in niets op de traditionele wegfiets waarmee tot dan toe wedstrijden worden gereden. Toch slaat het nieuwe concept aan. In plaats van altijd maar te trappen over asfalt en door bossen kan plotseling ook over ruiger terrein worden gescheurd. Zowel bergop als naar beneden.

Bart Brentjens ziet dat wel zitten als hij begin jaren negentig voor het eerst in zijn leven iemand op zo’n ‘stalen ros’ langs ziet flitsen tijdens een training. Hij besluit zich samen met coach en zwager Gert-Jan Theunisse, zijn geliefde Petra en schoonzus Lieske te richten op dat ene grote doel: de eerste gouden olympische medaille veroveren op het onderdeel mountainbike bij de Spelen van Atlanta.

Beenmergontsteking

Ruim twee decennia eerder wordt Brentjens geboren in het Limburgse kerkdorp Haelen. De jongere neef van wielrenner Frans Maassen is een avontuurlijk kind, dat tijdens het spelen in de winter regelmatig door het vaak veel te dunne ijs zakt, maar er altijd weer met een glimlach uit klautert. Tot hij op dertienjarige leeftijd plotseling een zware beenmergontsteking oploopt.

Vanwege de hoge koorts die maar niet afneemt wordt gevreesd voor zijn leven, maar uiteindelijk mag Brentjens het ziekenhuis na zes angstige weken verlaten. Hij begint aan een lang revalidatietraject, dat hem van het voetbalveld op een racefiets doet belanden.

Geen specialiteit

Dat Brentjens daar prima mee overweg kan, blijkt al snel. Maar in tegenstelling tot Maassen heeft hij geen uitgesproken specialiteit. Waar anderen zich toeleggen op tijdrijden, klimmen of sprinten kan de toekomstig mountainbikekampioen van alles een beetje, waardoor hij tijdens wedstrijden vaak in het peloton finisht. ,,En dat gaf me niet de voldoening die ik nodig had.”

De mountainbike biedt uitkomst. Kort nadat hij zich op de nieuwe wedstrijddiscipline heeft toegelegd, volgen al de eerste successen en reist Brentjens de hele wereld rond. Om vaker bij elkaar te kunnen zijn, volgt Petra een studie sportmassage. ,,Want ik wilde niet alleen mee als de vriendin-van.”

Nieuwe uitdaging

Begin 1995 komt Gert-Jan Theunisse in beeld. De dan 33-jarige Brabander wint de bolletjestrui in de Tour de France van 1989, maar moet vanwege hartritmestoornissen halverwege de jaren negentig stoppen. In het begeleiden van zwager Bart Brentjens vindt hij een nieuwe uitdaging.

Diens aanpak kan wel wat professioneler, denkt Theunisse. En dus schotelt hij hem loodzware trainingsschema’s voor, waarbij ritten van vijf à zes uur geen uitzondering zijn. Meer dan eens stapt Brentjens in de periode daarna kotsend van de fiets, maar uiteindelijk slaat de methodiek aan. Bij het NK pakt hij begin augustus zijn eerste van in totaal negen nationale titels, anderhalve maand later wordt hij zelfs wereldkampioen.

Team van vier

Ondertussen is het tweemanschap met Theunisse en zijn vrouw Lieske erbij uitgegroeid tot een team van vier personen. Ook wordt de hulp van bondscoach Leo van Zeeland ingeroepen. Hij regelt dat Brentjens in de weken voorafgaand aan de Spelen kan trainen in een zogeheten klimaatkamer, om alvast te wennen aan de hitte die hem op het olympische parcours van Atlanta te wachten staat.

Daar wordt in de zomer van 1996 voor het eerst om de olympische titel in het mountainbiken gestreden. Om zo goed mogelijk aan de start te verschijnen, laat de regerend wereldkampioen enkele wereldbekers schieten en fietst hij in aanloop naar de Spelen meermaals aan de zijde van Theunisse de Alpe d’Huez op.

Spanning

Daags voor de olympische race is de spanning om te snijden. Toch start Brentjens goed. Hij komt samen met Luca Bramati op kop te liggen en omdat de Italiaan hem van zijn stuk probeert te brengen door stelselmatig het achterwiel van Brentjens aan te tikken, besluit hij er al snel alleen vandoor te gaan. Op weg naar goud.

Aangespoord door Theunisse, die net als bondscoach Van Zeeland mee rent langs het parcours, baant Brentjens zich een weg naar de finish. Wat volgt, is een moment van ultiem geluk en ongeloof. Hij heeft de olympische missie tot een goed einde gebracht, na een wedstrijd van meer dan twee uur.

25 jaar later is het succesvolle kwartet niet meer bij elkaar, maar de herinnering aan Atlanta blijft. Mathieu van der Poel kan Nederland deze zomer dan wel hernieuwd succes bezorgen (nadat Brentjens in 2004 ook nog eens brons heeft gepakt), zo mooi als op die zomerdag in de Verenigde Staten wordt het nooit meer. Er kan immers maar één de eerste zijn: Mister Mountainbike.

Andere Tijden Sport. Bart Brentjens: familiegoud op de mountainbike. Zondag 25 juli om 22.15 uur op NPO1.