Jan Lolkema terug op het veld na een beenamputatie

Er was een periode waarin Jan Lolkema elke dag een voetbalwedstrijd floot. De ene keer op het veld, de andere dag in de zaal. Hij schopte het tot internationaal topscheidsrechter in het zaalvoetbal en arbitreerde in Frankrijk en Duitsland. Een noodlottige knieblessure, waardoor Lolkema uiteindelijk niet meer kon lopen, bracht daar verandering in. De blessure dwong hem tot een ingrijpend besluit: een beenamputatie. Spijt heeft hij nooit gehad: inmiddels staat hij, mét prothese, weer te fluiten op het veld.

Jan Lolkema (hier met zijn dochter) kreeg de liefde voor balsporten met de paplepel ingegoten door zijn vader

Jan Lolkema (hier met zijn dochter) kreeg de liefde voor balsporten met de paplepel ingegoten door zijn vader Foto: Marchje Andringa

Tijdens het herstel na mijn beenamputatie heb ik altijd gezegd: linksom of rechtsom kom ik weer terug op het veld om wedstrijden te fluiten”, zegt Jan Lolkema uit Wolvega. De 43-jarige werd geboren in Berltsum en kreeg de liefde voor balsporten met de paplepel ingegoten door zijn vader. Op zesjarige leeftijd ging hij voetballen. Dat pakte hij ook op bij de vereniging Kolping Boys in Alkmaar, waar hij naartoe verhuisde op negenjarige leeftijd. Zijn vader ging bij de Hoogovens werken, het huidige Tata Steel. Eenmaal daar ging hij ook kaatsen, bij Alcmaria: ,,Dat was wel onder lichte dwang van mijn vader”, zegt Lolkema. ,,Wij waren Friezen, dus je moest kaatsen. Maar ik vond het zeker niet vervelend om te doen. Als het nu uitkomt ga ik bij de PC in Franeker kijken. Ik heb tot mijn dertiende gekaatst, daarna ben ik gaan tennissen. Dat zat niet in de familie. Ik kwam via een klasgenoot met tennis in aanraking. Dat vond ik ook heel leuk om te doen. Ik was een gemiddelde speler, ik kon meekomen met de andere tennissers, maar ik had geen uitzonderlijk talent.” Dat gold ook voor voetbal. ,,Ik vind het een prachtig mooi spel, maar ik kan zelf absoluut niet voetballen”, zegt hij met een lach.

Alles onder controle

Lolkema merkte op zijn vijftiende echter dat zijn grootste passie binnen de sport bij een ander element lag. ,,Ik werd door Kolping Boys gevraagd of ik scheidsrechter kon zijn bij een wedstrijd. Toen ik met de fluit op het veld stond merkte ik dat ik er goed in was. Het zat me in de vingers. Bij die eerste wedstrijd voelde ik meteen dat ik alles onder controle had. Ik wist het zeker: hier was ik goed in.”

Scouts van de KNVB, die op zoek waren naar talenten, zagen dat ook. Lolkema kwam in een traject terecht waarin jonge scheidsrechters werden opgeleid om wedstrijden in het betaalde voetbal te fluiten. Hij kreeg allerlei theoriecursussen. Wat zijn de regels? Waar zijn de beste posities om te staan? Hoe ga je om met druk? Hoe herken je buitenspel het beste?

Zaterdag en zondag stond ik op het veld. Doordeweeks floot ik elke avond een wedstrijd in de zaal.

Na een paar jaar, toen Lolkema twintig was, mocht hij wedstrijden van de jeugd van het betaald voetbal fluiten. ,,Dat waren A en B junioren, die waren ongeveer achttien jaar. Die spelers keken soms wel eens raar op als ze zagen dat de scheidsrechter maar een paar jaar ouder was.” Lolkema zag in die periode heel wat toekomstige sterren. ,,Patrick Kluivert bijvoorbeeld, toen hij in de jeugd van Ajax speelde. Dat soort jongens kreeg ook training in hoe ze het beste een scheidsrechter konden beïnvloeden. Maar ik kon daar wel mee omgaan.” Lolkema was zo gepassioneerd dat hij ook wedstrijden ging fluiten bij het zaalvoetbal. Uiteindelijk floot hij elke dag wel ergens een wedstrijd. ,,Zaterdag en zondag stond ik op het veld. Doordeweeks floot ik elke avond een wedstrijd in de zaal. Ik was nog jong, vrijgezel en deed wat ik het liefste deed. Dan houd je dat makkelijk vol.”

Zo verliep de carrière van de Wolvegaster als een speer. Al op zijn 23e mocht hij een wedstrijd op het een na hoogste niveau fluiten, de competitie die sinds deze zomer bekendstaat als de Keuken Kampioendivisie. Dat werd echter geen succes. ,,Ik was nog veel te jong. Ik moest de wedstrijd Helmond Sport tegen Veendam fluiten. Ik was zó enorm zenuwachtig. Op het veld zakte ik compleet door het ijs en was totaal mezelf niet. Ik had de wedstrijd niet onder controle. Daarna heb ik nog een wedstrijd gefloten maar dat ging ook niet goed. Toen ben ik ermee gestopt.”

Hij legt de fout bij zichzelf. ,,De begeleiding had misschien ook wel wat beter gekund. Maar ik had zelf in moeten zien dat ik beter nog een jaar of twee had moeten wachten.”

Grote mond

Lolkema kreeg een domper te verwerken, maar liet zich niet ontmoedigen. ,,Ik ben enorm positief ingesteld”, zegt hij. ,,Ik was mijn plezier in het fluiten niet verloren. Ik dacht: oké, ik heb het geprobeerd en het is niet gelukt. Het fluiten in de zaal was leuk en ik ben op dat pad doorgegaan.” Het grote verschil tussen het veld en de zaal is de snelheid. ,,Een zaal heeft een kleiner veld, dus de bal gaat veel sneller van voet naar voet. Je moet dus ook veel beter opletten. Op het veld heb ik wel eens negentig minuten lang rondjes gelopen omdat er bijna niks gebeurde. In de zaal zul je dat niet hebben. Fluiten in de zaal vind ik het mooiste. Op het veld is het natuurlijk ook leuk, maar dat doe ik ook om mijn conditie op peil te houden.”

Met elke wedstrijd die hij floot, voelde Lolkema dat hij beter werd. Wat maakte hem tot een goede scheidsrechter? ,,Ik heb het totale pakket. Ik heb veel kennis, ik heb altijd een perfecte conditie gehad. En ik heb altijd een goede wisselwerking met spelers en trainers. Spelers hebben wel eens een grote mond, na de wedstrijden in de Keukenkampioen Divisie leerde ik dat je een grote mond terug moet hebben. Als een trainer voor aanvang tegen mij zei: ‘Hé Jan, hoe is het?’ Dan antwoordde ik: ‘Nu ben ik de scheids, na de wedstrijd mag je Jan tegen me zeggen.’ Ik floot ook wel eens zaalvoetbalwedstrijden met oud-internationals. Toen kwam ik Patrick Kluivert weer tegen, die mij als jeugdspeler probeerde te intimideren. Hij zei, na een beslissing: ‘Hé scheids! Ben je blind of zo?’ Later miste hij voor open doel. Toen zei ik tegen hem: ‘Wie is hier nou blind?’”

Lolkema bouwde een naam op als scheidsrechter in het zaalvoetbal. ,,Spelers en trainers wisten: als Jan komt kunnen we lekker voetballen, maar mondje dicht tegen hem. Anders krijg je een kaart.”

Ook internationale zaalwedstrijden mocht hij fluiten: in Mannheim, twee keer Parijs en een keer naar Dijon. Zijn mooiste momenten als scheidsrechter beleefde hij bij de finales in het NK zaalvoetbal bij heren en dames. ,,Dat was in Amsterdam-Zuid, je zit dan in een sporthal waar zo tweeduizend man publiek bij zit. Die wedstrijden stonden bol van de spanning. Als je dan ziet hoe dat publiek erachter gaat staan… mensen slaan op trommels, je ziet spandoeken, dat geeft zo’n kick. Daar doe je het voor als scheidsrechter.”

Knock-out geslagen

Zijn moeilijkste moment als scheidsrechter was twintig jaar geleden. ,,De molestatie in Obdam”, betitelt Lolkema het voorval. ,,Ik floot daar een wedstrijd in de zaal. Ik werd uit het niets door een speler knock-out geslagen en moest met een ambulance naar het ziekenhuis. Er was geen aanleiding voor, het licht ging gewoon uit bij die jongen. Hij is toen voor vijf jaar geschorst. Ik heb hem later nog wel eens gesproken. Hij zei dat hij die dag heel slecht nieuws had gekregen en totaal niet goed in zijn vel zat. Toen sloeg hij mij neer.

Toen ik in het ziekenhuis lag dacht ik: wil ik hier wel mee doorgaan? Ik ben toen heel goed opgevangen door andere scheidsrechters, vrienden en familie. Als dat niet was gebeurd was de kans groot geweest dat ik gestopt was.”

Hoewel Lolkema wel geld verdiende met het fluiten, moest hij er toch een baan bij hebben. ,,Ik heb een opleiding bij de Hoogovens gevolgd en ben later ook leiding gaan geven aan een fabriek die lopende banden maakt.”

Als ik op het veld stond voelde ik weinig door de adrenaline. Maar ik wist dat het foute boel was

In 2009 leerde Lolkema zijn vriendin Miranda kennen, uit Wolvega. Voor haar verhuisde hij naar Weststellingwerf. In Steenwijk vond hij werk bij de Biomassacentrale. Daar sloeg in 2012 het noodlot toe. ,,Ik was aan het werk en ik liep over een betonnen vloer. Opeens hoorde ik ‘pang’ en mijn rechterknie draaide op slot. Het deed ongelofelijk veel pijn.” Er volgde een meniscusoperatie, waarbij gruis werd weggehaald. Maar het mocht niet baten. Er kwam steeds meer slijtage in zijn knie. Desondanks ging hij gewoon door met fluiten. ,,Ik gooide er gewoon een paracetamol in en gaan! Ik kon het gewoon niet laten. Daar heb mijn blessure zeker erger door gemaakt. Als ik op het veld stond voelde ik weinig door de adrenaline. Maar ik wist dat het foute boel was.”

Langzamerhand werd de pijn ondraaglijk. ,,Ik heb nog een beencorrectie ondergaan in Nijmegen maar dat hielp niet. Uiteindelijk kon ik niks meer. Ik zat onder de medicijnen om de pijn tegen te gaan. Ik gebruikte methadon, fentanyl. Ik heb twee jaar lang thuis op bed gelegen en kon niks. Mijn dochter Lynn, die in het jaar van mijn blessure werd geboren, lag elke dag naast me. Het was verschrikkelijk.”

Besluit om te amputeren

Zijn leven, maar ook hij zelf, veranderde drastisch. ,,Ik was verslaafd aan bewegen en sport, maar nu werd ik een junk van de medicijnen. Ik ging van altijd bewegen naar helemaal niks meer doen. Daar verander je gewoon door. Ik was niet meer dezelfde. En op een gegeven moment dacht ik: ik doe alles zodat die pijn overgaat. Ik moet vooruit, ik kan zo niet doorgaan. Toen heb ik, na lang wikken en wegen, de beslissing genomen om mijn rechterbeen vanaf de knie te laten amputeren. Dat was natuurlijk moeilijk, ook voor mijn vriendin en kinderen. Maar het was een stap vooruit. De amputatie was begin dit jaar.”

Lolkema kan zich het moment dat hij na de operatie wakker werd nog goed herinneren. ,,Het voelde natuurlijk vreemd, maar ik had geen pijn meer. Mijn vriendin keek onder het laken om te controleren of mijn onderbeen echt weg was. Maar ik heb mijn onderbeen nooit gemist.”

Er volgde een lange herstelperiode, die nog steeds gaande is. Lolkema heeft een prothese en een rolstoel. ,,Die prothese voelde in het begin enorm onwennig. Ik heb geleerd om ermee te lopen. Dat ging op zich best goed, ik liep er vrij snel mee weg. Het lopen gaat nu redelijk goed.” De prothese kan soms wel eens voor wat kleine, onschadelijke, wondjes in zijn been zorgen. In zo’n geval moet hij tijdelijk zijn rolstoel gebruiken.

Crowdfunding voor een prothese

,,Mijn streven om weer wedstrijden te fluiten is gelukt: ik heb op het veld bij de amateurs gestaan met mijn prothese”, zegt hij. ,,De reacties waren positief. Mensen keken er wel naar, maar het werd gewoon geaccepteerd. Sommige mensen zeiden tegen me: ‘Ik heb je al twee jaar niet meer gezien. O, je been is geamputeerd, vandaar.’”

Het fluiten met de prothese lukt aardig, maar werkt niet optimaal. ,,Sprinten gaat wat lastig dus ik moet goed kijken als er meters verderop iets gebeurt. Ik wil een speciale sportprothese aanschaffen. Aan de onderkant van die prothese zitten zogeheten blades. Die blades zijn enorm buigbaar, waardoor je goed kunt sprinten. Maar zo’n ding kost 25.000 euro en ik moet dat zelf bekostigen. Daarom wil ik een crowdfundingsactie opzetten. Hopelijk wil de KNVB mij daar ook in ondersteunen. Het wordt voor mij dan veel makkelijker om wedstrijden te fluiten.”

Intussen heeft Lolkema ook het rolstoeltennis opgepakt. Hij speelt als enige invalide speler bij tennisvereniging ATW in Wolvega. ,,Dat gaat prima. Het enige verschil is dat ik de bal twee keer mag laten stuiteren. Ik ben ook actief bij de Tennisschool Friesland van Paul Plantinga. Hij heeft speciale sportrolstoelen beschikbaar, waar je veel beter mee kunt spelen want je kunt je sneller voortbewegen in zo’n stoel. Paul is bezig om het rolstoeltennis bekender te maken.”

Ik heb drie kinderen, zij verdienen ook aandacht

Wat zijn de toekomstplannen? ,,In maart is er een rolstoeltennistoernooi in Meppel. Iedereen mag daaraan meedoen. Ik wil me daarvoor inschrijven. Dat is gewoon voor de lol, ik wil kijken of dat wat is. Ik hoef de top niet te halen hoor. Vlak na mijn amputatie heb ik eraan gedacht om mee te doen aan de Paralympics. Maar dat gaat ’m niet worden. Ik ben inmiddels 43, twintig jaar geleden zou het een ander verhaal zijn geweest. Ik heb drie kinderen, zij verdienen ook aandacht. Ik ben begeleider van mijn oudste zoon bij zijn voetbalclub, ik doe met Lynn heel veel dingen. Dat is belangrijker dan mijn drive voor sport.”

Lolkema moet zich nu laten omscholen, aangezien zijn voormalig werkgever failliet ging. ,,Misschien wil ik wel docent worden. Ik heb ook politieke ambities. Ik ben actief bij de VVD en ik wil kijken of ik in de Provinciale Staten kan komen. Maar de liefde voor de sport zal ik altijd houden.”

Nieuws

menu