Met een fictieve Tour de France vol kampioenen brengt Jeen de Jong een mooie ode aan de Tour-helden uit heden en verleden | Recensie

Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal. Dat is wat Albert Einstein ooit heeft gezegd en het is één van mijn favoriete citaten. Als fanatieke lezer weet ik dat zonder verbeeldingskracht een boek niets anders is dan letters op papier. Maar wanneer mijn verbeelding na een paar bladzijden begint te werken, is een boek ineens ‘een poort’ naar een nieuwe wereld geworden. Een wereld waarin fictieve mensen de hoofdrol spelen of zij die niet meer onder ons zijn weer tot leven kunnen komen.

Lance Armstrong op de Mont Ventoux tijdens de Tour de France van 2002.

Lance Armstrong op de Mont Ventoux tijdens de Tour de France van 2002. Foto: AFP

Jeen de Jong heeft zijn verbeeldingskracht in elk geval volop gebruikt om het boek Zij blijven allemaal goden, een waarheidsgetrouwe reconstructie van een fictieve Ronde van Frankrijk te schrijven. De oud-wielrenner (1996) uit Britsum en filosofiestudent aan de Rijksuniversiteit Groningen brengt met zijn boek een ode aan de Tour en de vele helden die er ooit aan hebben deelgenomen. De Jong heeft een complete Tour de France verzonnen, waarin al die helden worden opgevoerd. Zo neemt Lance Armstrong het ineens op tegen Tadej Pogacar en strijdt Eddy Merckx tegen Bernard Hinault.

Dat is tijdens de eerste hoofdstukken (die elk een etappe beschrijven) wel even wennen, maar daarna wordt het steeds spannender: want welk icoon staat na deze strijd der titanen met de gele trui op de Champs-Élysées? Met zo’n sterk deelnemersveld valt dat natuurlijk nauwelijks te voorspellen. De Jong beschrijft de verschillende etappes op amusante wijze, zonder te verzanden in ellenlange beschrijvingen van het (fictieve) koersverloop. Het is voor de fanatieke wielervolger soms zelfs een feest der herkenning.

Veel verwijzingen

Want hoewel deze Tour de France volledig aan de fantasie van De Jong ontsproten is, zijn er veel verwijzingen naar waargebeurde anekdotes. Zo rijdt Joseba Beloki in de later naar hem vernoemde bocht zelf het weiland in en is dat niet (zoals in 2003 gebeurde) Armstrong. Daarnaast worden karaktertrekken van wielrenners benadrukt of uitvergroot. Zo antwoordt Denis Menchov ook in het boek uitsluitend met ‘Yes, no’ en heeft de Italiaanse sprinter Mario Cipollini nóg meer zelfvertrouwen dan in het echt.

Ook het ‘wielerwereldje’ komt in de fictieve Tour uitgebreid aan bod. Zo presenteert Mart Smeets de Avondetappe (die op zijn kenmerkende manier de etappe samenvat), zit Theo Koomen op de motor in de koers (en fantaseert er lekker op los) en verzorgen Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot het commentaar (met de jaarlijks terugkerende anekdotes over bijvoorbeeld de vele kinderen van Jens Voigt). De ironie en overdrijving van dit soort beschrijvingen zorgen bij het lezen regelmatig voor een grote glimlach.

Zwarte bladzijden

Mooi is ook dat De Jong twee in de Tour gestorven renners tot leven wekt en deze zwarte bladzijden een andere afloop geeft. Zo knijpt Fabio Casartelli in de remmen nog voordat hij aan de afdaling van de Portet d’Aspet begint en komt Tom Simpson wonderbaarlijk weer tot leven nadat hij van zijn fiets is gevallen op de Mont Ventoux. Want (zo schrijft De Jong) ‘Simpson is geen mens, zoals jij en ik. Nee, hij is een renner met een plaats in de Tourgeschiedenis - en die renners sterven niet’.

Met Zij blijven allemaal goden heeft De Jong zijn liefde voor de koers omgezet in een amusante ode aan de helden van de Tour de France.

Zij blijven allemaal goden, een waarheidsgetrouwe reconstructie van een fictieve Ronde van Frankrijk. Jeen de Jong. Brave New Books. 210 pagina’s, 19,95 euro