Oud-schaakkampioen Scholl kan niet zonder

Het is vandaag op de kop af vijftig jaar geleden dat Eddie Scholl schaakkampioen van Nederland werd. Als eerste en enige Fries slaagde de nu 75-jarige Leeuwarder erin geschiedenis te schrijven.

Concentratie bij Leeuwarder Eddie Scholl tijdens het gewonnen NK schaken van 1970.

Concentratie bij Leeuwarder Eddie Scholl tijdens het gewonnen NK schaken van 1970. Foto: Joost Evers, Anefo

Geconfronteerd met dat feit (‘Ik loop er zeker niet elke dag aan te denken’) bagatelliseert de gepensioneerde wiskundeleraar de prestatie alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Maar gaandeweg het gesprek krijgt Scholl meer waardering voor zijn eigen bijzondere prestatie. ,,Het was niet het sterkst bezette NK ooit. En ik was geen favoriet”, vertelt Scholl in zijn achtertuin over het NK van 1970 in zijn geboorteplaats. ,,Dat maakte het eigenlijk al bijzonder. Je wordt toch je hele leven lang liever aan je successen herinnerd dan aan je falen.”

Volgend jaar is het zestig jaar geleden dat Eddie Scholl lid is geworden van de Leeuwarder schaakvereniging Philidor, waarvoor hij nog steeds deel uitmaakt van het vlaggenschip, dat uitkomt in de landelijke competitie. ,,De titel heeft me wel enige bekendheid gebracht. Er is af en toe nog wel eens een schaker van mijn leeftijd die daar aan refereert. En in historische overzichten komt mijn naam ook nog wel eens voor. Er is een canon van de beste Nederlandse schakers aller tijden met dr. Max Euwe en Jan Timman op de hoogste plaatsen. Daar komt mijn naam ook in voor op de dertigste plaats. Helemaal niet zo gek”, vindt Scholl.

Zijn schaakloopbaan is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk. Hij gaat op jeugdige leeftijd liever voetballen. Een sport die hij tot zijn veertigste bij LAC Frisia 1883 beoefent. Zonder overigens uit te blinken, benadrukt hij. ,,Eigenlijk heeft het voetbal mijn schaakcarrière in de weg gezeten. Ik kon op jonge leeftijd aardig schaken, maar toen ik naar de HBS ging ben ik op mijn elfde gestopt. Mijn ouders vonden dat ik moest leren en pas op mijn vijftiende heb ik het weer opgepakt. Een behoorlijk gat in mijn schaakontwikkeling, want dat is juist de periode dat je het meeste moet opsteken.”

Het is de kunst om op tijd te stoppen. Ik overweeg het wel, maar dat is nog niet gelukt

Dat blijkt als Scholl in 1960 zijn rentree maakte op het FK jeugd en roemloos laatste wordt. ,,Ik maakte er helemaal niets van.” Maar hij blijkt een snelle leerling, want nadat hij in Groningen wiskunde is gaan studeren, stijgt zijn ster als schaker langzaam maar zeker. Hij wordt in ’63 Gronings jeugdkampioen en afgevaardigd naar het jeugd NK in Schiedam. ,,Ik was volslagen outsider, maar tot mijn verrassing werd ik ook nog kampioen. Ik had heel weinig toernooi-ervaring en Robbie Hartoch gold als de grote favoriet.”

Het gaat niet zonder slag of stoot, want Scholl eindigt ex aequo op de eerste plaats met de zestienjarige Hartoch. Na vijf beslissingspartijen is er nog geen winnaar en dan wordt besloten om een tweekamp van zes partijen te houden. Eerst drie in Amsterdam en vervolgens drie in Leeuwarden. ,,Hij had me gevraagd als hij met 3-0 voor zou staan, dat hij dan niet naar Leeuwarden hoefde te komen. Dat vond ik prima, maar halverwege was het 1 ½-1 ½. Daar mocht hij blij mee zijn. In Leeuwarden won ik de eerste twee partijen en toen was het voorbij.”

Dat is in 1963, het jaar waarin de twaalfde Elfstedentocht is verreden. Een evenement dat veel indruk maakt op de Fries, die in 1986 de Tocht der Tochten zal rijden. ,,Ik was wel sportief en had een goede conditie. Maar ik was een middelmatige schaatser, technisch mankeerde er nog wel wat aan. Maar ik was voor donker binnen.” Nog voor hij is afgestudeerd, wordt Scholl al benaderd om leraar te worden op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden, waar hij in 1970 fulltime begint. Het jaar dat zijn clubje Feyenoord de Europa Cup 1 wint. En waarin hij als schaker de nationale titel opeist. ,,Ik ben in ’67 en ’71 derde geworden en dat was misschien gezien de sterke bezetting nog wel knapper.”

Geslagen positie

Nadat het NK begin april nog geen winnaar krijgt, moet een match met Zuidema twee maanden later de beslissing brengen. Daarin komt Scholl terug uit geslagen (2-3) positie. ,,Na vijf partijen had ik er niet zoveel vertrouwen meer in. Maar Zuidema was in de zesde partij verschrikkelijk zenuwachtig en begon enorm te prutsen. Het werd 3-3 en de eerste partij van de barrage won ik ook.”

Goed voor de nationale titel. En een bedrag van duizend gulden. Hij wordt ontboden op het stadhuis bij burgemeester Brandsma en neemt zijn ‘baas’ van het Stedelijk Gymnasium, dr. Walther Boer, mee. Daar ontvangt hij de sportmedaille van de gemeente. ,,Ik wist helemaal niet van het bestaan. Ik had gedacht zoiets als ereburger te worden, maar dat zat er niet in. Maar Walther Boer zei na afloop: ‘meneer Scholl, dit zijn de dingen die het leven waard maken om geleefd te worden.’ Dat zal ik nooit vergeten.”

Hij mag daarna meedoen aan de schaakolympiade in Siegen aan het eerste bord van Nederlands team en doet het met een score van 10,5 uit 17 partijen naar behoren. Ook levert het hem een uitnodiging op voor het IBM-schaaktoernooi. ,,Daar speelde ik in de grootmeestergroep tegen Boris Spassky en andere wereldtoppers; de Champions League van het schaken. Uiteindelijk ging het best wel aardig, maar het kostte me heel veel energie. Ik speelde remise tegen Spassky en de volgende partij kreeg ik alweer met een topper te maken. Na afloop kon je me wel uitknijpen.”

Waling Dijkstra

Sinds ’69 wordt het NK in Leeuwarden gehouden. Waling Dijkstra (van de verffabriek) maakt zich sterk voor de schaaksport en tot zijn overlijden in 1981 fungeert de Friese hoofdstad jaarlijks als gastheer voor de nationale titelstrijd. ,,Hij had geld en contacten bij de gemeente en provincie. Hij wist altijd wel bronnen aan te boren en mensen zo ver te krijgen om mee te doen. En Philidor was in de jaren zeventig een topteam.” Maar in ’81 is Scholl als oud-winnaar al lang niet meer van de partij. ,,Ik heb in totaal zeven keer meegedaan, de laatste keer was in 1974. Om me te plaatsen moest ik plaatsingswedstrijden spelen, maar daarvoor ontbrak me de ambitie.”

Dat laatste is ook de reden dat zijn individuele schaakloopbaan niet een lang leven beschoren is. Dat kan Scholl er allemaal niet bij hebben. ,,Ik had een drukke baan en kreeg wel medewerking van mijn school. Maar als ik een toernooi wilde schaken, dan moest ik dat in de grote vakantie doen. Dan sloot ik me eerst een week op in mijn werkkamer om te schaak-studeren. Maar dat was niet echt effectief, want de volgende weken was ik vaak te moe om goed te kunnen spelen.”

Bovendien hoeft hij niet op veel steun te rekenen van het thuisfront. ,,Mijn vrouw was geen liefhebber van het schaken. We hadden twee kinderen en als ik schaakte was ik sociaal niet op mijn best. Ik sliep slecht door het schaken, omdat de varianten vaak door je hoofd spoken en werd chagrijnig als het slecht ging. Mijn vrouw had daar op zichzelf wel enig begrip voor, maar niet eindeloos.”

Ongeschikt als prof

Een carrière als professional is aan hem niet besteed. ,,Als je bij de betere schakers wilt horen, dan moet je niet te veel andere dingen aan je kop hebben. Ik had wel in de gaten dat ik eigenlijk niet geschikt was om prof te worden”, zegt Scholl. ,,Ik trok wel op met Hans Ree en Jan Timman en dan merkte ik bij het analyseren wel dat zij de dingen sneller doorhadden dan ik. Dat kun je tot op zeker hoogte wel wegpoetsen, maar niet helemaal. Sinds halverwege de jaren zeventig heb ik bijna alleen nog voor Philidor gespeeld.”

Eigenlijk is Eddie Scholl op schaakgebied een vreemde eend in de bijt, maar de belangstelling voor het spelletje, dat het in deze tijd moeilijk heeft, is hij nooit kwijtgeraakt. ,,Het aanzien is gedaald. Dat heeft met de computer te maken, want potentiele schaaktypes zitten tegenwoordig te gamen. Op de sommige basisscholen wordt nog wel schaakles gegeven, maar je moet wel heel erg gegrepen zijn door het spelletje om voor het schaken te kiezen”, legde Scholl de tanende belangstelling uit. ,,Als je vroeger schaker was, dan werd je eerbiedig bekeken. Tegenwoordig is de status van de schaakmeester minder, behalve dan als je wereldkampioen of wereldtopper bent.”

Uiteindelijk wint bij Scholl het schaken het toch van het voetbal. ,,Achter het bord zitten is lichamelijk wat gemakkelijker vol te houden, dan achter een bal aan te rennen op een veld, dat steeds groter lijkt te worden. Bovendien was dat veteranenvoetbal niets voor mij. Er staan drie ploeggenoten om je heen aanwijzingen te geven, zonder dat ze zelf een poot uitsteken. Maar ik ga er af en toe nog wel eens kijken, want ik woon er vlakbij”, zegt Scholl. ,,Ik heb ook nog zaalvoetbal gespeeld. Dat was allemaal wat kleiner en kon ik wel aardig belopen.”

Mikpunt

Maar ook het schaken valt hem af en toe zwaar. Scholl schaakt in clubverband voor Philidor 1 en doet sinds 1996 mee aan de interne competitie, waar de oud-kampioen er alles aan moet doen om zijn reputatie overeind te houden. ,,Daar ben ik het mikpunt. Het geeft toch enig cachet als je van zo iemand wint.” De jaren gaan zeker tellen. ,,Wil je succes hebben, dan moet je de theorie bijhouden. In de jaren zestig en zeventig was het zaak om de partijen uit belangrijke toernooien te bestuderen, maar voorbereiden op een partij, zoals ik dat vroeger deed, dat lukt niet zo erg meer. Mijn geheugen, dat vroeger vrij goed was, laat me af en toe wat in de steek. En dat hoor ik van meer mensen van mijn leeftijd.”

In deze coronatijd valt er weinig te schaken. Alles is sinds maart afgelast en hij schaakt af en toe een partijtje op de computer. ,,Maar dat zijn geen serieuze potjes; dat is snelschaken.” De Friese kampioenschappen snelschaken en rapid online laat de veteraan aan zich voorbij gaan. Net zoals het FK, waaraan hij in 1979 (tweede) één keer meedoet, dat aan hem niet is besteed. ,,Ik houd momenteel vooral me bezig met het jaarboek van Philidor dat in september moet uitkomen. Daar ben ik druk mee, al is het vervelend dat ook de archieven vanwege de corona gesloten zijn.”

Sociale gebeuren

Dus is een leven zonder schaken nog ondenkbaar voor Scholl. Vanwege het spelletje, maar ook absoluut vanwege het sociale gebeuren. ,,Ik speel nog steeds in Philidor 1, al gaat het de laatste jaren steeds moeizamer. Ik zou het niet erg vinden met mijn teamgenoten op stap te gaan zonder te schaken, gewoon wat ouwehoeren over de dingen des levens en natuurlijk het schaakspel”, zegt Scholl, die een toekomstige rol als non-playing-captain afwimpelt. ,,Dat vind ik niks; daar word je alleen maar meer moe van. Het is de kunst om op tijd te stoppen. Ik overweeg het wel om te gaan stoppen, maar dat is nog niet gelukt.”

Nieuws

menu