Para-atleet Joël de Jong uit Harlingen wil een voorbeeld zijn: hij gaat voor een medaille bij het verspringen op de Paralympische Spelen

Op jonge leeftijd raakte Joël de Jong (19) zijn linker onderbeen kwijt. Vanaf dat moment was hij aangewezen op een prothese. Maar De Jong denkt in kansen en wil een voorbeeld zijn. Dinsdag beginnen voor hem de Paralympics.

Para-atleet Joël de Jong in actie tijdens de training. De geboren Harlinger hoopt in Tokio bij het verspringen een gooi te doen naar eremetaal.

Para-atleet Joël de Jong in actie tijdens de training. De geboren Harlinger hoopt in Tokio bij het verspringen een gooi te doen naar eremetaal. Foto: ANP

Het is alweer bijna twee weken geleden dat hij met para-atleten van TeamNL voet heeft gezet in Chiba om te acclimatiseren. Maandag arriveerde hij met de ploeg in het olympisch dorp in Tokio. Daar hoopt de in Sneek geboren Harlinger bij het verspringen een gooi te doen naar eremetaal.

Dinsdag is in Tokio de openingsceremonie, maar zaterdag gaat het pas echt beginnen voor de Friese atleet, die ook uitkomt op de 100 meter sprint. ,,Ik heb er heel veel zin in. Hier heb ik vijf jaar lang keihard voor gewerkt en ik hoop dat het lukt om een medaille te pakken.”

Pas een maand geleden werd De Jong door bondscoach Arno Mul op de hoogte gesteld van zijn uitverkiezing. ,,Helemaal als een verrassing kwam dat niet, want ik had met verspringen 6.80 meter gesprongen, terwijl de limiet op 5.80 meter lag. Maar het is prettig als je de definitieve bevestiging krijgt.”

Vanaf dat moment ging de focus volledig op de Paralympics. ,,De trainingstijden werden geleidelijk wat vervroegd om rekening te houden met het tijdsverschil. In de laatste week trainden we om zes uur ’s morgens.”

Botkanker

Joël de Jong weet waarvoor hij het doet. De Harlinger, die na zijn havo-diploma de studie fysiotherapie in Amsterdam oppakte, heeft in zijn vroege jeugd al heel wat meegemaakt. Hij was nog maar vier jaar toen er bij hem botkanker (Ewing Sarcoom) werd geconstateerd en hij zijn linkerbeen tot boven de knie kwijtraakte. ,,Ik begon te slepen met mijn been en ’s nachts verging ik vaak van de pijn. Na een second opinion werd de diagnose gesteld.”

Het grootste gedeelte van zijn vijfde levensjaar verbleef Joël de Jong, samen met zijn moeder, in het ziekenhuis. ,,Het was een heftige tijd en een hele zware periode. Ik kreeg eerst veertien chemokuren en halverwege dat jaar werd besloten dat mijn been moest worden geamputeerd. Ik was nog te jong om allemaal te beseffen wat er gebeurde. Mijn moeder heeft een dagboek bijgehouden, maar het is moeilijk voor me om dat terug te lezen”, zegt De Jong, die tijdens het behandelingstraject al een prothese kreeg aangemeten.

Op 17 januari 2008 vierde hij niet alleen zijn zesde verjaardag, maar ook het feit dat hij die dag zijn laatste chemokuur had gehad. Hij droomde nog altijd van een profvoetbalcarrière en mocht zich, na lang aandringen bij de revalidatiearts, aanmelden bij voetbalclub Harlingen. ,,Ik was een optimistisch persoon en het was een mooie tijd. Maar op mijn veertiende ging het niet meer, want bij het blokken van de bal brak de voet wel eens van de prothese. Op een gegeven moment ging dat niet meer.”

Blade

Daarnaast tenniste De Jong nog bij TV Ready, alvorens atletiek eigenlijk per toeval op zijn pad kwam. ,,Mijn prothesemaker Gert van der Hoek had me opgegeven om met elf andere kinderen tijdens de EK Atletiek in het Olympisch Stadion van Amsterdam te mogen ervaren hoe het is om met een blade te lopen. Ik had niet zoveel met atletiek en had er niet zoveel trek in. Maar ik vond het zielig voor de prothesemaker en ben toch maar gegaan.”

Een keuze waar Joël de Jong achteraf geen tel spijt van heeft gehad. ,,Het was een supervette ervaring. De blade is een soort veer van carbon, die wat buigt waardoor je er energie voor terugkrijgt. Je kunt daardoor als een malle rennen”, vertelt de Fries over zijn eerste ervaring met de blade.

Bovendien ontmoette hij tijdens het EK oud-bondscoach Frank Dik, die hem uitnodigde om eens te komen meetrainen in Hoorn. ,,Daar ging ik drie keer in de week heen. Daarnaast trainde ik nog één keer in de week met de talententeam op Papendal.”

Daarna ging het snel. Heel snel, want een jaar later in 2018 verbeterde hij al de Nederlandse records bij het verspringen en op de 100- en 200 meter sprint. Bij het EK para-atletiek in Berlijn pakte hij brons bij het verspringen en de 4x100 meter estafette. Nadat Joël de Jong in 2019 klaar was met de havo, stapte hij over naar Team Para Atletiek in Amsterdam, om daar onder coach Guido Bonsen te gaan trainen. ,,Ik leef als een topsporter en train tien keer per week, soms twee keer per dag.”

Meer medailles

Daardoor heeft De Jong, naast de studie fysiotherapie, een druk leven. ,,Het is belangrijk om naast de sport een maatschappelijk doel in het leven te hebben. Je moet er veel voor laten, maar zo voelt het niet. Je doet het uit liefde voor de sport. Het is alleen jammer dat je je familie daardoor wat minder vaak ziet.”

En hij krijgt er veel voor terug. ,,We hebben een ontzettend leuk team met allemaal mensen die leven voor de sport. We hebben een beter team dan ooit tevoren en de verwachting is dat we meer medailles zullen halen dan in Rio de Janeiro.”

De Jong hoopt ook zelf in Tokio het ereschavot te mogen beklimmen. Hij is bij het verspringen de nummer 3 van de wereldranglijst; tien centimeter voor de nummer 4. ,,Ik leg mezelf geen druk op en ga de wedstrijd onbevangen in. Ik wil mijn beste prestatie tot nu toe leveren en dan zien we wel wat het waard is”, zegt de Friese para-atleet. ,,Op de 100 meter ben ik zevende van de wereldranglijst. Als ik de finale haal heb ik het goed gedaan.”

Voor hem gaan de Spelen zaterdag pas echt beginnen. ,,Ik probeer mijn teamgenoten bij te staan op de tribune en vooral te genieten.”