Dit artikel is vandaag gratis

Namens vier Amsterdamse voetbalclubs biedt Ajax zaterdagavond een plaquette aan sc Heerenveen aan voor het opvangen van 86 Amsterdamse voetballertjes tijdens de Hongerwinter van 1944-1945

25 mei 1945. Jeugdspelers van de Amsterdamse voetbalclubs Ajax, DWS, Blauw-Wit en De Volewijckers defileren na de Bevrijding van Fryslân op De Dracht. Foto: Museum Heerenveen

Ajax biedt zaterdag namens vier Amsterdamse voetbalclubs een plaquette aan sc Heerenveen aan. Daarmee wordt de club meer dan 75 jaar na dato bedankt voor de humanitaire oorlogsoperatie in de Hongerwinter van 1944- 1945.

In die winter werden 86 Amsterdamse voetballertjes van Ajax, Blauw-Wit, DWS en De Volewijckers opgevangen door vv Heerenveen en ondergebracht in pleeggezinnen. Deze humanitaire oorlogsoperatie vloeide voort uit de contacten die de club opdeed tijdens de kampioenswedstrijden tegen Blauw-Wit (1942) en De Volewijckers (1944).

Ofschoon het verhaal eerder al in diverse boeken en artikelen werd beschreven, was de evacuatie bij de hoogste baas van Ajax, directeur Edwin van der Sar, tot vorig jaar maart onbekend. Na een artikel hierover te hebben gelezen in het Parool beloofde de oud-doelman, ook namens de andere drie Amsterdamse clubs, Heerenveen een blijvend aandenken te schenken. Vanwege corona kon dat vorig jaar niet doorgaan.

De voorzet tot de totstandkoming van een blijvende herinnering werd in het artikel in het Parool gegeven door Janneke Lenstra, de tweede dochter van Abe Lenstra. ,,Omdat het verhaal zo mooi en krachtig is. Er zou een blijvende herinnering moeten komen, een monument of zo, zodat we in deze tijd van verharding en individualisering tegen kinderen kunnen zeggen: ‘Kijk, zo kan het ook.’ Ik ben geweldig trots op mijn vader om wat hij heeft gepresteerd op het voetbalveld, maar ook om zijn rol als pleegvader in de oorlog.”

Rob Been

Het is de bedoeling dat de plaquette twintig minuten voor aanvang van de wedstrijd (zaterdagavond om 18:45 uur in Heerenveen) door Rob Been wordt aangeboden aan Gilles Veenstra. Been was een van 86 voetballertjes die in Heerenveen tijdens de Hongerwinter werd opgevangen. Gilles Veenstra is oud-doelman van Heerenveen en was bijna 25 jaar lang vrijwilliger in de Pronkkeamer, het museum van Heerenveen. Gilles Veenstra is de jongere broer van Tiemen Veenstra, die in de ‘gouden jaren’van Heerenveen (1942-1951) het doel van Heerenveen verdedigde.

De familie ving in de Hongerwinter de toen twaalfjarige Han Grijzenhout van DWS op. Grijzenhout was in 1971 assistent van trainer Rinus Michel toen die met Ajax voor de Europa Cup 1 won. Later vierde hij successen als trainer van het Belgische Cercle Brugge. Grijzenhout, die 18 december 2020 overleed, is een van de hoofdrolspelers in Een prachtige daad , een film die Vanessa de Gaay Fortman en Pim van Bezooijen over de evacuatie maakten.

Letterlijk uit elkaar gescheurd

Nederland was in de Tweede Wereldoorlog een van de beslissende frontgebieden. Door het hele land werd gevochten. Nederland werd zo letterlijk uit elkaar gescheurd in een bevrijd en een bezet gebied zonder onderling contact. Door deze samenloop van omstandigheden werd Amsterdam in dit laatste oorlogsjaar heel zwaar getroffen. De stad raakte geïsoleerd van de buitenwereld, vooral tijdens de Hongerwinter.

Deze rampzalige berichten bereikten al snel voetbalclub Heerenveen via clublid Joop Overdiep, die veel zakelijke contacten had in de hoofdstad. Samen met secretaris Floor Féléus en voorzitter Hendrik Huisman bespraken ze het idee om van de vier belangrijkste Amsterdamse voetbalclubs ieder vijftien jeugdleden op te vangen. Alle Amsterdamse clubs gingen dankbaar in op het Friese aanbod.

,,Beste mensen uit Heerenveen”, antwoordde een ontroerd DWS-bestuur, ,,jullie hebt prachtig werk gedaan. Niet medelijdend hoofdschuddend ‘gekletst’ over die arme Amsterdammertjes, maar jullie hebt iets gedaan, waarvoor wij jullie ten hoogste dankbaar zijn.” De jeugdleden van Ajax, Blauw-Wit en DWS gingen gezamenlijk per boot (het stoomschip Jan Nieveen) naar Lemmer. De Volewijckers uit Noord reisden zelfstandig met een vrachtwagen, omdat de pont naar het centrum er in oktober 1944 niet meer was en ze het schip daarom niet konden bereiken. Later mochten alle clubs nog ieder vier jongens sturen.

Na aankomst werden de jongens verdeeld over gastgezinnen, geregeld door Féléus. Iedereen hoopte natuurlijk op onderdak bij de familie Lenstra, want Abe was toen al een voetballegende. De Ajax-broers Jan en Arie de Wit mochten intrekken bij het echtpaar in Oranjewoud, dat toen net enkele maanden was getrouwd. Vooraf gaf vader De Wit wel een duidelijke boodschap mee aan zoon Jan: ,,Jij mag meneer Lenstra niet Abe noemen, tenzij deze het goed vindt. Nu ben je nog maar een klein kereltje. Als je eenmaal twintig jaar bent zal Abe dat niet meer kunnen schelen.”

Lepel jus

Bij aankomst hadden de Amsterdammers grote problemen met eten, na die lange ondervoeding. ,,Nadat ik een lepel jus had gehad zat ik meteen met diarree op de wc”, aldus Jan Hobby van DWS, ,,omdat dat voor mij veel te vet was.” Ajacied Jan van Wetering had dezelfde ervaring: ,,In de eerste weken werd met het eten voorzichtig gedaan, omdat wij maar mondjesmaat normaal eten konden verdragen.”

,,Spek en vleeswaren kwamen pas na enige weken op tafel. Zowel ’s morgens als ’s middags begon de maaltijd met een droge boterham, wat een tevredenheidsboterham genoemd werd. De volgende boterhammen kreeg je pas als de eerste droge boterham naar binnen was gewerkt en had je daar geen zin in, nou jammer dan, dan kreeg je verder geen brood want dan had je blijkbaar geen honger!”

Niemand van de Amsterdammers ging naar school en daarom konden ze veel voetballen, het liefste met Lenstra. Henk Vocht van DWS heeft dat regelmatig gedaan: ,,Er was een stuk groen met aan het eind een heg met water erachter, maar dat wisten wij niet. Als Abe de bal eroverheen schoot, sprongen wij over de heg naar de bal. Hij lachte zich slap als wij dan de sloot weer uitkwamen.” Ook waren er toernooien met de Amsterdamse clubs en Heerenveen, zoals op 2 mei 1945 ter gelegenheid van de Bevrijding.

Na de Bevrijding duurde het nog maanden voordat de Amsterdammers naar huis konden. Het militair gezag wilde eerst de mijnen in het IJsselmeer opruimen, waarna de zieken en ondergedoken mensen met voorrang naar Amsterdam mochten. Pas in de zomer van 1945 keerden de Amsterdammers in een blakende gezondheid terug, dankzij de solidariteit van Heerenveen.

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij medewerking van Jurryt van de Vooren. Zie www.sportgeschiedenis.nl