Springruiter Kevin Beerse legt zijn eigen parcours af in Wergea met Joyride.

Springruiter Kevin Beerse uit Wergea springt in het oog bij de top

Springruiter Kevin Beerse legt zijn eigen parcours af in Wergea met Joyride. Foto: Nicky Oolderink

Man en paard, die anderhalve minuut lang een eenheid vormen en samen foutloos door een parcours vol met hindernissen dansen. Voor springruiter Kevin Beerse uit Wergea bestaat er geen mooier gevoel dan wanneer dit lukt. ,,Het is een teamsport.”

Het is een drukke week voor Kevin Beerse uit Wergea, die afgelopen weekeinde terugkeerde na een springweek in België en vanochtend is vertrokken naar Oostenrijk. De 27-jarige Friese springruiter reist samen met zijn paarden Camelot (13 jaar) en Fenia (10) naar Salzburg, om daar aan een internationale springwedstrijd deel te nemen. En dus blijft het gisteren bij een bliksembezoek aan huis. ,,Ik ben alweer druk aan het inpakken. We hebben een rustig jaar achter de rug, dus ik ben blij dat ik weer op een grote wedstrijd kan springen.”

Want een grote wedstrijd is het, daar in Salzburg. Een viersterrenwedstrijd, waarin Beerse punten kan verdienen voor de wereldranglijst. Want hoe hoger op de ranking, hoe groter de kans is op een uitnodiging voor een grote wedstrijd en hoe dichter hij is bij zijn droom om ooit deel te nemen aan de Olympische Spelen.

Concurrentie aangaan

En dat betekent dus de concurrentie aangaan met geijkte namen als Jeroen Dubbeldam, Jur Vrieling en voormalig nummer 1 van de wereld Harrie Smolders. Mannen die al in de veertig zijn en een vracht aan ervaring in de rugzak hebben zitten. Maar de degens kruisen met de top is een uitdaging die Beerse niet uit de weg gaat. Enig nadeel? ,,De top is breed en goede paarden voor dat niveau zijn schaars.”

De paardensport is zeer geschikt om lang mee door te gaan, want de grootste inspanningen worden door het paard geleverd. Het dier is de grootste atleet

Beerse is een geduldig man, maar als er een kans is dan wil hij die grijpen. Over deelname aan de Spelen inTokio van dit jaar klinkt ook niet voor niets een ,,zeg nooit nooit”. Maar in zijn ogen zijn de Spelen van 2024 in Parijs wat realistischer. En daarna kan hij nog steeds heel wat jaren mee, gelet op zijn oudere collega-ruiters. ,,De paardensport is zeer geschikt om lang mee door te gaan, want de grootste inspanningen worden door het paard geleverd. Het dier is de grootste atleet.”

Lees ook: Recordhengst Jurre 495 sleept vierde kampioenstitel binnen na verrassende ontknoping

Beerse ziet dat hij goed kan meekomen met de brede top van Nederland, die door de behaalde successen ook tot de top van de wereld wordt gerekend. ,,Maar ik heb nog wel veel te leren”, weet hij. ,,Het scheelt dat we een paar hele fijne paarden hebben die op het hoogste niveau mee kunnen doen. Camelot, Fenia en Gilona zijn onze drie beste paarden.”

Met de paplepel

Hij zegt bewust ‘onze’, want zonder zijn ouders Wilfred Beerse en Monique Schöller had hij hier niet gestaan. De liefde voor de paarden werd hem met de paplepel ingegoten, ook al duurde het pas tot zijn veertiende levensjaar alvorens Kevin Beerse voor het eerst als springruiter op een paard klom.

,,Mijn ouders zijn vanuit Noord-Holland naar Leeuwarden verhuisd en hebben daar een manege overgenomen. Ik ben in Leeuwarden geboren. Later zijn we verhuisd naar Wergea, waar onze stal staat en waar we paarden trainen en verhandelen. Ons bedrijf is een modern geoutilleerd hippisch centrum waarin alle facetten van de paardensport beoefend kunnen worden.”

Wij trainen paarden en hopen dat ze het zo goed mogelijk doen in de wedstrijden. Winnen is dan ook niet altijd het belangrijkst voor ons

In een door corona geteisterd sportjaar heeft ook de paardensport de gevolgen van de pandemie gemerkt. Er zijn ruiters die volledig afhankelijk zijn van prijzen- en sponsorgeld en dit jaar moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. ,,Het scheelt dat wij niet afhankelijk zijn van prijzengeld om actief te blijven in de sport”, aldus Beerse.

,,Wij leven wel van de paarden, maar op een andere manier. Wij trainen paarden en hopen dat ze het zo goed mogelijk doen in de wedstrijden. Winnen is dan ook niet altijd het belangrijkst voor ons. Een goede resultatenlijst heeft absoluut voordelen bij de verkoop.”

Beerse heeft van zijn passie een full-time baan gemaakt en springt al geruime tijd in het internationale circuit. Punten pakken in de ranking is belangrijk om steeds hogerop te komen. Om van één internationale wedstrijd per maand er vier te rijden. Maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Grote wedstrijden springen (op het hoogste niveau van vijf sterren zijn de meeste punten te verdienen) is niet vanzelfsprekend en dus is het lastig om snel te stijgen in de ranking. ,,Ik heb de laatste tijd vooral tweesterrenwedstrijden gereden, waarbij het moeilijker is om punten te verdienen.”

Half miljoen

De meeste punten zijn te verdienen op het hoogste niveau. Het internationale springconcours van de Global Champions Tour, bijvoorbeeld. Ruiters uit de top 30 van de wereld kunnen rekening houden met een uitnodiging. Zover is Beerse nog niet. Een ticket kopen kost geld. Veel geld. Een half miljoen euro.

,,Dat is lastig. Wij zijn ook maar normale hardwerkende mensen uit Fryslân en voor ons is dat op dit moment niet haalbaar. Zo is er een beetje sprake van een vicieuze cirkel. Om die wedstrijden te mogen rijden, moet je veel punten scoren. Maar de meeste punten scoor je in die wedstrijd. Er zijn absoluut mogelijkheden en daar zijn we met man en macht mee aan het werk. We doen ons best om er tussen te komen.”

Lees ook: De paardensport is alles wat Saskia Meinema heeft

Want door goed te blijven presteren, hoopt Beerse binnen afzienbare tijd een keer uitgenodigd te worden door de bondscoach van het Nederlandse team. ,,Dat biedt weer kansen”, aldus Beerse. ,,Doe je het dan goed, dan ontstaan er weer andere mogelijkheden.”

Ik zeg niet dat de paardensport moeilijker is dan fietsen, maar het is wel een extra factor die van invloed is op het totaal

Tot die tijd is Beerse aangewezen op zichzelf en zijn paarden. ,,Je moet constant goed zijn”, beschrijft hij. ,,En daarbij heb je te maken met een dier. Als jij je een keer iets minder voelt, mag het paard daar niets van merken. Het dier moet blij en op zijn gemak zijn. Vergelijk het met een mountainbiker. De fiets zal zich nooit slecht voelen of een nacht slecht geslapen hebben.”

,,Dat kan een paard wel gebeuren. Ik zeg niet dat de paardensport moeilijker is dan fietsen, maar het is wel een extra factor die van invloed is op het totaal. Is het paard niet op zijn gemak, dan komt het ook niet goed. Het maakt het moeilijker, maar ook leuker. Het brengt een extra dynamiek met zich mee. We vormen samen een team. En dat is een van de dingen die zo prachtig zijn aan deze sport.”