Milan van Ewijk denkt niet aan de Denzel Dumfries-route, maar volgt als nieuweling zijn eigen pad bij sc Heerenveen

Met de komst van Milan van Ewijk heeft sc Heerenveen een pijnpunt van het vorige seizoen geheeld. De twintigjarige Amsterdammer geniet van de rust in Fryslân en weet wat voor kansen er liggen op de rechtsbackpositie.

Milan van Ewijk in actie tegen Maccabi Tel Aviv.

Milan van Ewijk in actie tegen Maccabi Tel Aviv. Foto: FPh/Mustafa Gumussu

De route naar Fryslân kende Milan van Ewijk al, voordat hij deze zomer zijn handtekening zette onder een contract bij sc Heerenveen. Alleen hoeft hij in tegenstelling tot begin vorig jaar niet meer via A7 en de Afsluitdijk naar onze provincie te rijden, maar via de A6 door de polder. Zoveel verschil zit er tussen die dertig kilometer tussen Leeuwarden en Heerenveen. Zoals er ook ontzettend veel verschil zit tussen de clubs waar hij voor speelde. ,,Ik moet zeggen dat dit mij ook niet verkeerd staat”, vertelt hij lachend in het shirt van sc Heerenveen.

Beide keren voelt Fryslân wel als een verlossing voor de twintigjarige rechtsback. Twee keer biedt het hem een ontsnapping bij ADO Den Haag. Niet dat de geboren Amsterdammer het niet naar zijn zin heeft bij de club. Integendeel. Maar waar hij twee seizoenen geleden bij SC Cambuur op zoek ging naar speelminuten in de eerste divisie, zocht hij nu juist in Heerenveen naar speeltijd in de eredivisie. En vanuit Heerenveen wil nog wel eens een rechtsback doorbreken. ,,Daryl Janmaat, Denzel Dumfries”, somt hij op. ,,Maar dan moet ik mezelf wel bewijzen.”

Lichtpuntjes

Henk de Jong, trainer van SC Cambuur, was een jaar geleden lovend over de back. Ook trainer Johnny Jansen is blij met wat Van Ewijk de eerste twee weken heeft laten zien. Van Ewijk is rap, handig aan de bal, komt graag mee op en zoekt het liefst de voetballende oplossing. Garanties om het te maken in Heerenveen, heb je dan niet meteen. Maar het scheelt wel. Hij was een van de weinige lichtpuntjes bij ADO Den Haag in een rampzalig seizoen.

Het verhaal van ADO Den Haag is bekend. Vorig jaar werd degradatie voorkomen dankzij hulp van de KNVB. Het feit dat de Nederlandse voetbalbond het seizoen 2019/2020 nietig verklaarde, zorgde ervoor dat Van Ewijk een herkansing kreeg in de eredivisie. Het vertrek van de Engelse coach Alan Pardew, die bij zijn aanstelling eind 2019 zijn eigen rechtsback meenam en Van Ewijk uit de basisploeg zette, kwam hem ook niet verkeerd uit.

Statistieken

De rechtsback verscheen vorig jaar in al zijn eredivisiewedstrijden aan de aftrap. Alleen het slotduel met FC Twente moest hij missen wegens een schorsing. In 33 wedstrijden werd hij slechts één keer gewisseld en kwam hij tot een doelpunt en drie assists. Dat moet beter, zo vindt Van Ewijk zelf. ,,Ik heb mezelf laten zien bij een minder elftal, dus bij een beter elftal moet ik nog meer in mijn spel kunnen komen. Ik wil mijn statistieken omhoog brengen, maar mijn persoonlijke ontwikkeling is het belangrijkste.”

Heerenveen moet de opmaat zijn naar meer. ,,Ik ben ambitieus”, klinkt het. ,,Ik wil mezelf hier op zo’n manier ontwikkelen, dat ik over een jaartje of twee weer een stap vooruit kan maken. Zo eerlijk ben ik wel.” Voorbeelden van spelers die dat ook deden zijn er genoeg. Hij won zelf informatie in bij zowel Janmaat als Gianni Zuiverloon, sprak ook nog met trainer Jansen en volgde uiteindelijk zijn gevoel. ,,Ik ga niet voor de Dumfries-route, maar volg gewoon mijn eigen pad.”

Leuk duo

In het duel met Maccabi Tel Aviv van vorige week liet hij al een paar leuke dingen zien. Ook in de combinatie met rechtsbuiten Mitchel van Bergen, bijvoorbeeld in de overlap op rechts. ,,In principe hebben we vrij dezelfde speelstijl, maar met een goede communicatie en heldere afspraken kunnen wij best een leuk duo gaan vormen. Al is het natuurlijk wel eventjes wennen in een nieuwe omgeving.”

Ook het verhuizen naar Fryslân is even wennen. Al is dat eerder in positieve zin het geval. ,,Ik woon in mijn eentje op een appartement en af en toe komt mijn vriendin langs, mijn vader of een vriend. Ik geniet van de rust. Eerst vond ik het te stil, zeker als je Amsterdam gewend bent. Maar ‘s ochtends word ik wakker met het geluid van kikkers. Verder is het stil. Dat is toch wel genieten, hoor. Ook als je thuiskomt van de training. Er is weinig afleiding en ik richt me volledig op het voetbal. Ik zit hier prima.”