Jeugd in actie bij het Oranjefestival bij Leeuwarder Zwaluwen.

Waarom profclubs voetbaltalenten pas op latere leeftijd uit hun vertrouwde omgeving weg zouden moeten halen

Jeugd in actie bij het Oranjefestival bij Leeuwarder Zwaluwen. Foto: Henk Jan Dijks

Van je hobby je werk maken is het mooiste dat er is. En in zekere zin ook hetgeen ik zelf heb ervaren als sportjournalist. Maar voor de meeste mensen wordt hun jongens- of meisjesdroom nooit werkelijkheid. Vooral als die het vak van profvoetballer betreft.

Elk jaar hopen duizenden jonge spelertjes dat een scout hen goed genoeg acht om opgenomen te worden in de jeugdopleiding van een betaaldvoetbalorganisatie (bvo). En als dat eenmaal gelukt is, moet vaak alles voor de carrière wijken.

Kijkend naar de BNNVARA-docuserie Voetbaldroom word ik sinds een paar weken geconfronteerd met de pijnlijke waarheid achter de talentenfabriek van het profvoetbal. Hoe spelers al op jonge leeftijd bij amateurclubs worden weggeplukt, hun sociale leven verwaarlozen om topsport en school te kunnen combineren en ieder jaar weer in spanning zitten of er een vervolg komt.

Stoplicht

Bij Sparta Rotterdam hanteert men de stoplichtmethode om talenten te beoordelen. Groen betekent dat een jeugdvoetballer op koers ligt voor een mooie toekomst, oranje staat voor ‘in de gevarenzone’ en rood vertelt spelers dat ze de academie moeten verlaten.

Dat laatste is het lot van nagenoeg ieder talent dat toetreedt tot de jeugdopleiding van een bvo. Sommigen weten ronde na ronde te overleven, om uiteindelijk in het zicht van de haven te horen dat het ook voor hen stopt. Behalve dan die ene topper in de dop, die het wel tot de beroepsvoetballers schopt.

Als dat lukt, dan is de (financiële) beloning vaak groot. Maar in bijna alle andere gevallen spat de droom van talenten ruw uiteen. Ze moeten de klap verwerken en zichzelf opnieuw uitvinden, zonder het voetstuk waar ze door hun omgeving jarenlang op zijn geplaatst.

De crux

Geen gemakkelijke opgave, zeker als je bedenkt dat het leven voor de meesten van hen vanaf hun zevende of achtste jaar volledig in het teken van voetbal heeft gestaan. Juist daar zit de crux. Om te voorkomen dat talenten door andere clubs worden opgevist, zijn clubs de laatste paar decennia steeds jonger gaan scouten. Terwijl uit meerdere onderzoeken blijkt dat dit geen enkele garantie op succes biedt.

Waar de meerwaarde van het op jonge leeftijd weghalen van talent uit de vertrouwde omgeving dus op z’n minst te betwisten valt, ontnemen clubs hem of haar de kans om kind te zijn. Genieten van het spel wordt al gauw presteren onder druk, hopend op een groen stoplicht.

Daarom zou het goed zijn als de KNVB eens goede afspraken maakt met de eerste- en eredivisionisten. Wanneer iedereen meedoet, verdwijnt de angst om de nieuwe Frenkie de Jong aan een andere bvo te verliezen vanzelf. En blijft het bereiken van de top voor jonge voetballers nog wat langer een droom.

Reageren? Mail dan naar sport@frieschdagblad.nl