Dit artikel is vandaag gratis

Wat Theo Bos nooit lukte, heeft baanwielrenner Harrie Lavreysen nu wel voor elkaar: olympisch goud op de sprint in Tokio na finale tegen Jeffrey Hoogland

Harrie Lavreysen (r) juicht na het winnen van Jeffrey Hoogland in de finale. Foto: ANP

Baanwielrenner Harrie Lavreysen heeft het goud veroverd op de sprint op de Olympische Spelen. De 24-jarige Brabander versloeg woensdag tijdens de finale zijn landgenoot en trainingsmaat Jeffrey Hoogland in drie heats.

Lavreysen bezorgde daarmee Nederland het achtste goud op de Spelen, iets wat drievoudig wereldkampioen sprint Theo Bos eerder deze eeuw nooit lukte. De 28-jarige Hoogland, wiens vriendin Shanne Braspennincx donderdag de titel won op de keirin, moest genoegen nemen met zilver.

De eindstrijd van het sprinttoernooi was een herhaling van de afgelopen twee WK-finales. Ook toen won Lavreysen. Het brons op de wielerpiste van Izu ging naar de Schot Jack Carlin, die de Rus Denis Dmitrijev versloeg.

Eerste goud sinds 1932

Lavreysen is de eerste Nederlander die het goud verovert op de sprint sinds Jacques van Egmond op de Spelen van Los Angeles in 1932. De Haarlemmer overleed in 1969 op 60-jarige leeftijd. Bos was de laatste Nederlander die een medaille pakte op het onderdeel: zilver in Athene 2004.

Hoogland, samen met Lavreysen al bezitter van goud op de teamsprint, won de eerste heat. Voorafgaand aan de Spelen zei hij al zich zeker niet neer te leggen bij de overmacht van zijn trainingsmaat. ,,Ik heb nu weer anderhalf jaar lang op trainingen kunnen zien wat hij wel en niet doet. Ik heb zeker een plan om hem te kloppen”, vertelde hij, nog in Apeldoorn. In beide WK-finales was het niet gelukt. In Berlijn, in januari 2020, leidde dat tot een korte woede-aanval waarbij op het middenterrein een stoel sneuvelde. Hij excuseerde zich uitvoerig.

Geen problemen

Het ontbreken van wedstrijden door corona had beiden geen problemen opgeleverd. Lavreysen zei, toen het allemaal veel langer duurde dan verwacht, eigenlijk alleen maar beter te worden. Hoogland had de tijd een slepende rugblessure aan te pakken. Iets wat hem, wanneer de Spelen in 2020 waren doorgegaan, vermoedelijk niet was gelukt. Hij kon er trouwens wel gewoon mee fietsen. ,,Het scheelt wel”, vertelde Hoogland.

Lavreysen nam de tijd voor zijn studie, maar trainde ondertussen door. Hij maakte werk van zijn schouders, vooral nodig om op gang te komen op de teamsprint. ,,Ik ben sinds 2017 elk jaar beter geworden, dus waarom zou dat dit jaar niet gebeuren”, zei hij, terwijl wedstrijden anderhalf jaar uitbleven.

De hiërarchie bleef intact. Voor Hoogland zit het toernooi erop, Lavreysen komt vanaf zaterdag uit op de keirin.