Wielrenners Michiel Kok en Werner van der Meer genieten van snelheid op tijdritfiets (en hopen te verrassen bij NK voor beloften in Emmen)

Veel wielrenners hebben tegenstanders nodig om tot het gaatje te kunnen gaan, maar voor Michiel Kok (21) en Werner van der Meer (20) is een gevecht met zichzelf voldoende. Woensdag hopen beide belofte-coureurs te verrassen bij het NK tijdrijden in Emmen. ,,Top tien zou een goede prestatie zijn.”

Werner van der Meer (l) en Michiel Kok bij de Waterpoort in Sneek

Werner van der Meer (l) en Michiel Kok bij de Waterpoort in Sneek Foto: Simon Bleeker

Het was een mooi moment, drie weken geleden in Enkhuizen. Amper bekomen van de inspanning die ze bij het kwalificatiemoment voor het NK tijdrijden hadden geleverd, vonden Michiel Kok en Werner van der Meer hun naam als vierde en vijfde op het uitslagenblad terug. Meer dan honderd renners hadden ze achter zich gelaten tijdens de solorace over zestien kilometer. ,,De drie jongens die voor ons eindigden staan allemaal bij een continentalteam onder contract.”

Van der Meer zegt het vol trots, terwijl hij een slok van zijn koffie neemt. Kok, die naast hem zit, knikt. Voordat de 21-jarige Heerenvener een paar minuten geleden de showroom van René Hooghiemsters fietskledingbedrijf Rocq Sports in Sneek binnen kwam wandelen, had hij zijn mede-tijdrijder uit Woudsend nog nooit van dichtbij gezien of gesproken. ,,Maar je volgt elkaars uitslagen natuurlijk wel.”

Omdat Kok pas een paar jaar in Fryslân woont en Van der Meers memmetaal niet machtig is, besluiten we het interview in het Nederlands te doen. Wat volgt is een interessant gesprek. Over het gevoel van vrijheid op een tijdritfiets, angst in het peloton en dromen van een profcarrière.

Sneek

Dat beide Friese NK-troeven deze woensdagochtend in Sneek samen aan tafel zitten is geen toeval. ,,Ik werk hier”, zegt Van der Meer over de plek waarvandaan Rocq Sports als Nederlandse distributeur van Kalas Sportswear fietskledij verkoopt. Het aantal uren dat hij wekelijks in het voormalig pakhuis doorbrengt, is afhankelijk van school en wedstrijden. ,,Maar als het kan, ben ik er. Het sluit perfect aan bij mijn passie.”

Waar Van der Meer, die een opleiding tot vestigingsmanager doet, ooit zelf een soortgelijk bedrijf hoopt op te zetten, heeft Kok dergelijke toekomstplannen nog niet. De geboren Haarlemmer, wiens ouders wel uit Fryslân afkomstig zijn, verhuisde in 2018 naar Heerenveen om op het Cios de richting ijs- en skatesporten te kunnen volgen. ,,Maar wat ik daarmee ga doen als ik klaar ben, moet ik nog ontdekken.”

Amateurs

Datzelfde geldt voor zijn mogelijkheden als tijdrijder. Een paar jaar geleden was Kok namelijk nog vooral schaatser. Niet van het soort ‘potentieel topper’, wél fanatiek. Totdat hij eind 2018, na slechts een jaar serieus koersen bij de amateurs, met enkele renners van het huidige Houttec Cycling Team in gesprek kwam en zich in het daaropvolgende seizoen bij die ploeg voegde. ,,Het klikte wel.”

Omdat veel koersen er tijdens het coronajaar 2020 niet bij was, had Kok alleen de trainingen om beter te worden. Daarin merkte hij aan de getrapte wattages al snel progressie. ,,En omdat ik zelf ook wel in de gaten had dat ik gemakkelijk lang hard kon rijden en anderen me er op wezen, heb ik in februari via Marktplaats een tijdritfiets aangeschaft.”

Ruim 49 kilometer per uur

Het kwalificatiemoment voor het NK in Emmen, waar Kok een gemiddelde snelheid van ruim 49 kilometer per uur ontwikkelde, was zodoende pas zijn eerste chronorace. Dit in tegenstelling tot Van der Meer, die slechts zeven seconden langer nodig had om het parkoers af te leggen.

Na eerst gevoetbald en (kortstondig) geschaatst te hebben, raakte hij rond zijn zeventiende definitief verslingerd aan de fiets. Liefde op het eerste gezicht was het niet, ,,omdat ik rijden in een peloton eng vond en daar nog steeds wel een beetje moeite mee heb. Maar toen ik ging tijdrijden was ik verkocht. Ik werd meteen eerste in mijn categorie dacht ik: laat ik het maar wat vaker gaan doen. Want als je merkt dat je ergens goed in bent, wordt het vanzelf leuk.”

Zoekend naar een manier om nóg beter te worden, kwam Van der Meer uiteindelijk bij Hooghiemster uit. Iemand van wie hij wist dat die trainingsschema’s voor talentvolle renners uit de buurt schreef, maar die hij zelf uit bescheidenheid niet durfde te vragen. ,,Pas toen mijn vader hier een keer in de showroom was geweest, kwam het rond. René wilde mij graag begeleiden en met zijn hulp heb ik sindsdien grote stappen gezet. Zowel fysiek als mentaal.”

Helemaal thuis

Dat blijkt wel uit het feit dat Van der Meer nu bijna dagelijks traint met de renners tegen wie hij vroeger opkeek, maar ook uit de manier waarop hij zijn eigen weg kiest. Waar het talent uit Woudsend WV Kapenga Home Center (Drachten) in 2019 zelf voor de Utrechtse wielervereniging De Volharding verruilde, koos hij een jaar later op advies van zijn leermeester voor het Dutch Food Valley Cycling Team. ,,En daar voel ik me helemaal thuis. We rijden, mits dat qua corona straks weer kan, een mooi wedstrijdprogramma met meerdaagses in Polen en België.”

Om via korte klasseringen bij een continentale ploeg onderdak te vinden zal Van der Meer de komende tijd naast tijdrijden ook moeten leren omgaan met het rijden in een peloton, erkent hij. ,,Want de angst om te vallen bij wegversmallingen en gedrang, kost onnodig veel energie. Daarom praat ik er veel over met René. Als je tijdens de koers een duw krijgt, moet je er direct eentje terug kunnen geven en ik denk dat ik daar ook wel beter in geworden ben. Maar je hebt wel wedstrijden nodig om dat te laten zien.”

Gevoel van vrijheid

Of die er meer komen dan de vorige zomer is vanwege de situatie omtrent het coronavirus nog altijd onzeker. Logisch dus dat de focus voorlopig vooral op tijdrijden ligt. ,,Wat ik er zo mooi aan vind? De snelheid. Die geeft me een gevoel van vrijheid”, zegt Van der Meer. ,,En de mogelijkheid om jezelf zodanig te pushen dat je helemaal kapot over de streep komt”, vult Kok aan. ,,Sommige renners hebben daar moeite mee. Ik vind het heerlijk.”

Een ander interessant aspect aan de discipline die de Italiaan Filippo Ganna tijdens de voorbije Giro weer tot kunst verhief is de wetenschap erachter, benadrukt Van der Meer. ,,Daar ben ik heel erg mee bezig. Niet dagelijks, maar meerdere keren per dag. Zo heb ik laatst nog een speciale helm gekocht, waarmee ik weer wat aerodynamicawinst boek.”

Die kan hij goed gebruiken op het NK-parkoers in Drenthe, dat met de Muur van Emmen zelfs een klimmetje bevat. Beslissend zal het fietspad over de oud-vuilnisbelt (maximale stijging van 16 procent) gezien de geringe lengte waarschijnlijk niet zijn. ,,Maar we moeten er wel twee keer overheen en zoiets doet altijd pijn”, weet Van der Meer.

Podium

Qua doelstelling is hij duidelijk: ,,Podium, al zou top tien gezien het sterke deelnemersveld al een goede prestatie zijn.” Kok weet net als bij de kwalificatiewedstrijd nog niet wat hij kan verwachten in zijn tweede tijdrit ooit. ,,Maar ik merk dat ik elke training meer aan mijn fiets gewend raak en ga alles geven wat ik in me heb. Als ik de race iets beter indeel dan in Enkhuizen, dan moet het nog sneller kunnen.”