Terwijl Christian Eriksen vocht voor zijn leven, hield de wereld zijn adem in. Al eerder werden jonge, topfitte spelers getroffen door hartfalen

Op 12 juni, op de tweede speeldag van EURO 2020, ging de Deen Christian Eriksen op het veld tegen de vlakte zonder dat er een tegenstander in de buurt was. Terwijl de Deense publiekslieveling vocht voor zijn leven, hield de wereld zijn adem in. Al eerder werden jonge, ogenschijnlijk topfitte spelers getroffen door hartfalen. Een overzicht.

De Deense spelers vormen een kring om Christian Eriksen heen. Ze leven tussen hoop en vrees.

De Deense spelers vormen een kring om Christian Eriksen heen. Ze leven tussen hoop en vrees. Foto: EPA

Natuurlijk moesten we in Nederland onmiddellijk terugdenken aan 8 juli 2017, die inktzwarte dag waarop Ajacied Abdelhak Nouri het bewustzijn verloor en net als Eriksen op het veld werd gereanimeerd. Waar de Deen voor het oog van miljoenen televisiekijkers werd afgevoerd en een oplettende fotograaf vastlegde dat hij bij bewustzijn was gekomen, was het lot Nouri veel minder gunstig gezind. Het Amsterdamse talent was te lang verstoken geweest van zuurstoftoevoer naar de hersenen en dat had ernstige, blijvende schade tot gevolg. Een veelbelovende carrière was in de knop gebroken.

Bij sporters - en helemaal bij topvoetballers als Eriksen en Nouri - lijkt hartfalen eigenlijk tegenstrijdig met hun levensstijl. Ze trainen dagelijks, letten onder het toeziend oog van diëtisten op hun voeding, pakken op gezette tijden hun rust en - niet onbelangrijk - worden onderworpen aan talloze tests. Voetballers worden van jongs af aan gemonitord en dat is een goede zaak. Zeker erfelijke hartkwalen kunnen daardoor tijdig aan het licht komen.

Een voorbeeld is Nwankwo Kanu. De lange Nigeriaan maakte furore bij het Ajax van trainer Louis van Gaal en had een belangrijk aandeel in de Amsterdamse Champions League winst van 1995. In de zomer van 1996 maakte hij de overstap naar Internazionale. Na uitermate succesvolle Olympische Zomerspelen in Atlanta, waar hij met zijn land de gouden voetbalmedaille veroverde, zette Kanu koers naar Milaan voor zijn medische keuring.

Aan het licht

Waar dit normaal gesproken een formaliteit is, kwam bij de 20-jarige spits een afwijking aan een hartklep aan het licht. Het positieve nieuws was dat de afwijking tijdig was geconstateerd, maar de Italiaanse artsen waren uitermate pessimistisch over zijn toekomst als topvoetballer. Een operatie was onafwendbaar en het drukke maar relatief zorgeloze bestaan van Kanu veranderde van de ene op de andere dag in een leven vol bezorgdheid. En de vraag bleef: wat zou er zijn gebeurd als de Italiaanse artsen zijn hartafwijking niet hadden ontdekt. En waarom was die de medische staf van Ajax ontgaan?

In augustus 2018 publiceerde The Guardian de resultaten van een onderzoek dat de Engelse voetbalbond over een periode van ruim twintig jaar had laten uitvoeren naar hartproblemen. Een van de conclusies was dat de reeds bestaande screening van jonge voetballers ontoereikend was om alle erfelijke afwijkingen eruit te filteren. ‘Het overlijden van een jonge atleet is des te tragisch als men bedenkt dat de meeste sterfgevallen te wijten zijn aan genetische ziektes die tijdens het leven te detecteren zijn’, zo luidde de conclusie.

Van de 42 spelers bij wie een hartafwijking werd geconstateerd, konden er dertig uiteindelijk na medisch ingrijpen weer voetballen maar was de carrière voor de andere twaalf definitief voorbij. De gedachte ‘liever stoppen met voetballen dan je leven in gevaar brengen’ lijkt logisch, maar wordt tegengesproken door sceptici. Want het is niet bewezen dat degenen bij wie een afwijking is ontdekt ook daadwerkelijk een wezenlijk risico had gelopen wanneer de spelersloopbaan was gecontinueerd. Het leven blijft immers ook met regelmatige monitoring niet te voorspellen.

Noodlot

In 2003 trof het noodlot Marc-Vivien Foé, speler van Lyon maar op dat moment uitgeleend aan Manchester City, tijdens het toernooi om de Confederations Cup. Uitkomend voor zijn land Kameroen tegen Colombia werd de 28-jarige Foé onwel. Mond-op-mondbeademing en het toedienen van zuurstof mochten niet baten. Artsen moesten hun pogingen om het hart van Foé weer op gang te krijgen uiteindelijk staken en de dood vaststellen.

A utopsie wees uiteindelijk uit dat hij een erfelijke hartaandoening had die het risico op een plotse dood tijdens fysieke inspanningen significant verhoogde. De kwestie kreeg nog een staartje nadat zijn weduwe verklaarde dat haar man zich in de aanloop naar de wedstrijd niet lekker had gevoeld maar per se wilde spelen. Kameroen coach Winfried Schäfer gaf toe dat hij Foé had willen wisselen omdat hij vermoeid oogde, maar de speler zelf had aangegeven te willen doorvoetballen.

Een geval van een hartstilstand waarbij de speler in kwestie wonderbaarlijk genoeg herstelde, ook nadat zijn hart meer dan een uur lang niet functioneerde, is dat van Fabrice Muamba. Geboren in Zaïre was Muamba op elfjarige leeftijd naar Engeland verhuisd. Hij doorliep tussen 2002 en 2011 alle vertegenwoordigende Engelse jeugdelftallen en kwam uiteindelijk uit voor de Bolton Wanderers.

Op 17 maart 2012 - Muamba was 23 jaar en in de bloei van zijn sportieve leven - ging het mis. In de eerste helft van de kwartfinale van de FA Cup tegen het Tottenham Hotspur van Rafael van der Vaart zakte hij in elkaar. Onder meer dankzij een cardioloog die in het publiek zat, kon het hart van Muamba na 78 minuten weer op gang worden gebracht.

Vergezeld door zijn coach Owen Coyle en aanvoerder Kevin Davies werd Muamba per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Waar werd gevreesd voor blijvende hersenschade, kon enkele dagen goed nieuws worden gebracht: hij was weer aanspreekbaar, herkende zijn familie en was in staat vragen te beantwoorden. Muamba’s herstel was boven verwachting, hij kon zijn leven weer oppakken maar het voortzetten van een voetballoopbaan zat er simpelweg niet in.

Defibrillator

Op 10 december 2019 moest Daley Blind tijdens een Champions League duel met Valencia noodgedwongen op de grond gaan zitten vanwege plotselinge duizeligheid. Hij bleef bij bewustzijn, maar de technische en de medische staf van Ajax namen geen enkel risico. Na intensief onderzoek werd bij Blind een ontsteking aan de hartspier ontdekt. Ter voorkoming van verdere problemen werd bij de Amsterdamse verdediger onderhuids een defibrillator geplaatst, een ‘kastje’ dat bij een eventuele nieuwe episode het hart meteen weer in het normale ritme krijgt. Ruim twee weken na ‘Valencia’ maakte Blind zijn rentree en hij lijkt al een tijdje nergens meer last van te hebben.

Maar dat medisch specialisten hem hebben verzekerd dat hij met de defibrillator topvoetbal kan blijven bedrijven, maakt niet dat de mentale klap die Blind heeft gehad van het voorval in 2019 ook is verwerkt. Dat bleek in de nasleep van de ineenstorting van Christian Eriksen. Blind gaf een dag na de wedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Oekraïne openhartig aan dat hij bij het zien van de beelden ernstig had getwijfeld of hij wel moest spelen. Na gesprekken met zijn dierbaren besloot hij uiteindelijk wél het veld op te gaan, maar het was allerminst gemakkelijk geweest. Veel van wat zijn oud-teamgenoot was overkomen had Daley herkend en maakte het een heel heftige ervaring voor de verdediger van Oranje.

Inmiddels is bekend dat ook Christian Eriksen een onderhuidse defibrillator, een ICD, krijgt, en wordt her en der gespeculeerd over de eigen toekomst in het voetbal. Kijkend naar Blind zou een terugkeer op de velden tot de mogelijkheden kunnen behoren. Anderzijds was de impact van de hartstilstand van de Deen van een andere orde dan de klachten van Blind.

Ieder geval staat op zichzelf en het is allereerst aan de speler om de adviezen van de medisch specialisten te verwerken en op basis daarvan een beslissing te nemen over zijn toekomst. Duidelijk is dat een sporter die een dergelijke episode zonder blijvende schade overleeft van geluk mag spreken. Het leven gaat door, iets wat, zoals we hebben gezien, helaas niet voor iedereen is opgegaan.

Natuurlijk zal het geval Eriksen ook impact op de toekomst van het voetbal in bredere zin hebben. De vraag kan gesteld worden of de screenings en tests niet nóg gerichter moeten worden uitgevoerd, op zoek naar zelfs de allerkleinste afwijkingen en risico’s. Gabriele Gravina, voorzitter van de Italiaanse voetbalbond, heeft al geopperd om alle profvoetballers in zijn land een verplichte EHBO-cursus te laten volgen.

Want op het podium van een EK mogen dan wel in alle stadions defibrillatoren voorhanden zijn, dat geldt niet voor alle clubs, zeker niet voor die op een lager niveau. Om over de amateurs nog maar te zwijgen. Maar bovenal is alertheid geboden. Zoals de Deense aanvoerder Simon Kjaer, die onmiddellijk in actie kwam en voorkwam dat Eriksen zijn tong inslikte. Want als het hart stopt en daarmee de toevoer van zuurstof naar de hersenen stokt, telt iedere seconde.

Hoe het verder ging met Kanu

Wie Christian Eriksen naar de grond heeft zien gaan, is zich rot geschrokken. De schietgebedjes en steunbetuigingen waren niet van de lucht. ‘Als hij het maar overleeft’, was daarbij de meest voorkomende gedachte. Nu Eriksen het inderdaad heeft gered is het menselijk om na te denken over een terugkeer als speler. Bij die beslissing kan het geval Kanu mogelijk een lichtpuntje vormen.

De Nigeriaan, van wie werd aangenomen dat zijn profcarrière voorbij was, werd in november 1996 geopereerd, waarna hij in april van het daaropvolgende jaar terugkeerde bij de selectie van Internazionale. Nadat hij via Arsenal en West Bromwich bij het bescheiden Portsmouth terechtkwam, beleefde hij op 17 mei 2008 zijn finest hour met die club. In de FA Cup finale scoorde Kanu het enige doelpunt van de wedstrijd en bezorgde zijn club daarmee de prestigieuze beker.

Een lichtpuntje voor Eriksen, maar niet meer dan dat. We zijn met z’n allen al lang blij dat hij er überhaupt nog is.